Milieu

De impact van vleesproductie en visserij

 

Vleesproductie speelt een grotere rol in de opwarming van de aarde dan de meeste mensen beseffen. Het aandeel van de veehouderij in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is zo’n 14,5 procent, even veel als het transport.

Daar zijn verschillende redenen voor. Zo gaat erg veel energie, landoppervlakte en water naar het opvoeden van veedieren. Die middelen zouden efficiënter te gebruiken zijn voor plantaardige landbouw. Overbevissing is dan weer een groot probleem in onze oceanen, met veel vissoorten die dreigen uit te sterven als de bevissing niet beperkt wordt. Om meer landoppervlakte vrij te maken voor veeteelt, worden grote stukken van de groene long van onze aarde, het Amazonewoud, weggekapt.

De schadelijkste vorm van veeteelt is ongetwijfeld de kweek van runderen. Deze dieren hebben het meeste voedsel en water nodig per kilogram geproduceerd vlees: zo’n 25 kilogram voedsel per kilogram resulterende biefstuk, en al dat voedsel neemt plaats in. Bovendien stoten ze grote hoeveelheden methaangas uit. Dat is één van de schadelijkste broeikasgassen. Varkens en kippen hebben minder impact dan runderen, maar ze zijn verre van onschuldig. En ook eieren en melk vergen veel middelen.

Nederland doet het gemiddeld iets beter dan de rest van de wereld als het aankomt op uitstoot door veeteelt, maar dat betekent niet dat we helemaal op de goede weg zijn. Per inwoner van Nederland wordt jaarlijks zo’n 75 kilogram vlees geproduceerd. Een deel daarvan wordt uitgevoerd, maar de productie is toch vele malen hoger dan pakweg zeventig jaar geleden. Initiatieven als Veganuary en veertig dagen zonder vlees mogen dan aan populariteit winnen, voorlopig maakt het nog geen grote impact op onze totale productie.

Een probleem van een ander kaliber is de visvangst. Industriële vismethodes zijn vaak vervuilend en creëren erg veel bijvangst, waardoor heel wat zeezoogdieren en vissoorten in gevaar worden gebracht. Industriële schepen slepen bijvoorbeeld vaak gigantische netten achter zich aan die tot de zeebodem reiken. Als het schip vist naar tonijn, is er natuurlijk geen enkele manier om te vermijden dat daarbij allerlei andere soorten vis, bodemdieren, zoogdieren en amfibieën mee in de netten terecht komen. Die dieren worden niet gered, maar verdwijnen vaak dood weer de zee in. Er is daarom strenge actie nodig om overbevissing van bepaalde zeegebieden te voorkomen, en technieken voor de visserij milieuvriendelijker te maken.